Mausoleum van koning Mausolus
Klik op de foto voor een vergroting
In de Oudheid verrees in Bodrum
één van de zeven wereldwonderen. Nadat de stad in de 5e eeuw in handen was gevallen van
de Perzen, werd het gebied als een machtige vazalstaat geregeerd door de satrapen
(stadhouders) van Carië. Deze vorsten waren naar oud gebruik gehuwd met hun zusters. Deze
vrouwen speelden in het Carische staatsbestel zo'n belangrijke rol dat zij bijna net zo
veel macht bezaten als hun echtgenoten. De beroemdste vorst van de Cariërs was koning
Mausolus (377-353). In samenwerking met zijn vrouw Artemisia liet hij de hoofdstad van
zijn rijk naar Grieks voorbeeld voorzien van paleizen, tempels, stadsmuren en havens.
Na zijn dood gaf zijn weduwe
opdracht tot de bouw van een groots grafmonument voor haar man. Dit wereldwonder wist zo
veel bewondering te oogsten dat het zich als 'mausoleum' heeft ontwikkeld tot een
soortnaam voor alle monumentale praalgraven.
Het antieke Halikarnassos lag op de plaats van de
huidige stad Bodrum. Volgens Herodot en Strabon was Halikarnassos een Dorische
nederzetting. Het hoorde bij de bond van de zes koloniale steden (Dorische Hexapolis). De
overlevering zegt dat Griekse kolonisten uit Trozen aan de oostkust van de Peleponnes
onder leiding van een zekere Anthes omstreeks 1200 v. Chr. in de oorspronkelijk door
Kariërs bewoonde landstreek kwamen. Op den duur vond er een proces van integratie plaats
met de Grieken. In de loop der tijd werd de Ionische invloed steeds sterker. Ook de
geschriften van Herodot verschenen in het Ionisch. Vervolgens werd Halikarnassos
buitengesloten van de Dorische Hexapolis.
Na de Perzische verovering van de kustplaatsen in de 6e
eeuw v. Chr., waar ook Halikarnassos toebehoorde, werd de stad door een Karische dynastie
in het belang van Perzië bestuurd. Daartoe behoorde de beroemde koningin Artemisia. Zij
nam in het jaar 480 v. Chr. met haar eigen schepen persoonlijk deel aan de slag van
Salamis tegen Griekenland met aan haar zijde de Perzische koning Xerxes. Na de verloren
zeeslag keerde Xerxes op haar advies terug naar Perzië en vertrouwde haar de kinderen van
zijn bijvrouwen toe. Halikarnassos was lid van de Delische bond onder Attische leiding. Na
de vrede van de koningen in de 4e eeuw v. Chr. kwam Karië weer onder Perzische
heerschappij en werd een Satraap met Karische vorsten door de koning aangewezen. Mausolus
II (377-353 c. Chr.) verplaatste als Satraap van Artaxerxes de zetel van de vorsten weer
naar Halikarnassos. Hij probeerde op elke manier Halikarnassos grote bekendheid te geven
en deze door verfraaiingen tot de prachtigste stad van Karië te doen gelden. De bouw van
de geweldige 7 km lange stadsmuur was ook één van zijn werken. Om de bevolking te laten
groeien dwong hij de bewoners van de zes binnenlandse nederzettingen, ''Euralion, Medmasa,
Pedasos, Sibde, Telmessos en Theangela'', tot verhuizing naar Halikarnassos. Nadat
Mausolus in het jaar 353 v. Chr. was overleden, werd zijn zuster en vrouw Artemisia II
zijn opvolgster. Hoewel zij maar drie jaar lang regeerde, maakte zij zich in deze korte
tijd zeer verdienstelijk. Haar eerste daad was de bouw van een grafmonument voor haar
echtgenoot, het beroemde mausoleum, dat tot de zeven wonderen van de oude wereld behoorde.
Haar tweede daad was de verijdeling van een Rhodische aanval op Halikarnassos en de
daaropvolgende slimme verovering van Rhodos. Na de dood van Artemisia II werd haar broer
Idreus de opvolger en daarna in het jaar 344 zijn zuster en weduwe Ada. Haar broer
Pixodaros echter, nam in het jaar 340 met uitzondering van Alinda het rijk in. Daarna
verscheen in het jaar 334 de schoonzoon van Idreus, die van Perzische afkomst was en
Othontopates heette. De Perzen bezetten daarna Halikarnassos totdat Alexander de Grote de
stad na lang verzet kon innemen. Alexander gaf de heerschappij van Halikarnassos over aan
koningin Ada, die door haar familie naar Alinda werd verdreven en die door hem was
geadopteerd. Na zijn dood kwam Halikarnassos in het begin van de 3e eeuw v. Chr.onder de
macht van Ptolemaios II Philadelphos van Egypte (285-256 v. Chr.). In het jaar 196 v. Chr.
probeerde Antiochos II van Syrië de stad in zijn bezit te krijgen, wat hem echter niet
lukte. Pas na aansluiting, in het jaar 133 n. Chr. bij het Romeinse rijk, kon
Halikarnassos als vrije stad bestaan. Later in het jaar 395 n. Chr. behoorde deze stad tot
het Byzantijnse rijk, totdat zij in 1402 door de ridders van de orde van de Johannieters
van Rhodos werd veroverd. Deze ridders hebben uit de bouwmaterialen van het mausoleum
één van de sterkste burchten van de Johannieters opgericht en deze onder de bescherming
van de heilige Petrus geplaatst. Men veronderstelt, dat vanuit het Latijnse petrus/petrum
de naam Bodrum ontstaan kon zijn. Tijdens de Osmaanse overheersing vanaf 1522 werd de
burcht als gevangenis gebruikt. Tegenwoordig bevindt zich daarin één van de
belangrijkste musea van de onderwater-archeologie van de wereld. Zoals alle sinds de
oudheid bevolkte steden moest ook Bodrum dit met het verlies van een groot gedeelte van de
ruïnes van het antieke Halikarnassos betalen.
Meer informatie over : Het mausoleum van Halicarnassus
Voor de kinderen: de wondertijdmachine